Doel

 

Als vereniging zetten wij ons in om op een positieve en gedragsvriendelijke manier

creatief met honden bezig te zijn.

Op deze manier proberen we onzekere of gefrustreerde honden te vermijden, door:

  

Ų     Een trainingsmethode aan te bieden waarbij de klemtoon gelegd wordt op de relatie hond - geleider. Een relatie die gebaseerd is op respect en vertrouwen. 

Ų       Een trainingsmethode aan te bieden die zo weinig mogelijk gebruik maakt van negatieve correcties. 

Ų      Probleemgedrag bij honden zowel thuis als op onze terreinen op te lossen.

Ų       Cursussen inzake opleiden van honden, oplossen en voorkomen van probleemgedrag bij honden bij te wonen en toe te passen in de praktijk. 

Ų       Speciale puppytraining op maat. 

Ų       Advies te geven bij aankoop van een hond 

 

 

Inleiding

U heeft een hond gekocht of u bent van plan dat te doen. De volgende tien tot vijftien jaar zal het leven van het dier nauw verweven zijn met het uwe en dat van uw gezin. Het is dan ook belangrijk van bij het begin ervoor te zorgen dat de onderlinge band tussen de hond en de gezinsleden zo optimaal mogelijk is. 

Een aantal honden zijn van nature uit "goed gezelschap" en vergen van hun baasje geen speciale opleiding. Andere daarentegen kunnen gedragstoornissen ontwikkelen: angst, moeilijk alleen te laten, agressiviteit, …  Onze taak is u te helpen dergelijke problemen te voorkomen en een harmonische verhouding met het dier te ontwikkelen.

Hierna worden kort volgende onderwerpen aangesneden:

Ų       Welke criteria komen in aanmerking bij het kiezen van een hond ?

Ų       Welke belangrijke punten moeten van bij het begin van zijn aanwezigheid in uw
 woning in acht worden genomen?

Ų       Hoe integreert een hond zich in een menselijk gezin?

Ų       Hoe brengt u hem een passend gedrag bij? 

Onderhavige tekst behandelt enkel gezelschapshonden. Wij spreken niet over specifieke vaardigheden van werkhonden (jacht, bewaking, opsporing, …).

Keuze van de hond
Vooraleer een welbepaald dier te kiezen, is het aangewezen te achterhalen welk profiel het beste bij uw levenswijze past. Dit stemt niet altijd overeen met de hond waar u op het eerste gezicht van houdt of die voldoet aan een bepaalde modegril. 

Reu of teef ?
Het geslacht gaat gepaard met een aantal specifieke eigenschappen. Teven zijn doorgaans volgzamer en soepeler in het leerproces. Ze vertonen ook minder de neiging om weg te lopen en aanvaarden makkelijker dan een reu gedomineerd te worden. Wanneer een teef loops is, kan dit echter wel moeilijkheden veroorzaken. 

Grootte ?
Grote honden vergen meer voedsel en nemen per definitie ook meer ruimte in. Bovendien zijn ze fysiek moeilijk in de hand te houden, vooral door bepaalde personen (kinderen, bejaarden). In geval van agressiviteit maakt hun kracht hen gevaarlijk.

Sommige dieren hebben meer dan andere behoefte om zich fysisch uit te leven. Dat kan problemen opleveren wanneer u niet over een tuin beschikt of wanneer u niet genoeg tijd hebt om te gaan wandelen. 

Bastaard of rashond ?
Van een raspup weet u precies hoe hij er op volwassen leeftijd zal uitzien. Het latere uitzicht van een bastaardjong is moeilijker in te schatten. 

Gedrag en karakteristieke eigenschappen verschillen ook sterk van ras tot ras.
Het is van het grootste belang dat je een duidelijk beeld heb van je droomhond.

Pup of volwassen hond ?
Een volwassen hond kopen heeft zo zijn voordelen. Het is makkelijker na te gaan of hij al zindelijk is, of hij goed opgevoed is enz. Als zijn herkomst echter niet bekend is, is de grootste voorzichtigheid geboden. Hij zou immers gedragstoornissen kunnen vertonen. 

Meestal wordt een pup op de leeftijd van 7 tot 8 weken naar huis mee genomen.

Omgeving
De omgeving waarin de pup opgegroeid is zeer belangrijk. Daar zijn twee redenen voor:

Een pup moet goed gesocialiseerd zijn met andere honden (wat zelden een probleem is) en met mensen (wat soms wel een probleem is).

Op jonge leeftijd bestaat er een "gevoelige" periode. Deze duurt drie tot twaalf weken. Tijdens deze periode leert het dier dat de soorten (dieren en mensen) waarmee hij omgaat, voor de rest van zijn leven als "vrienden" mogen beschouwd worden. Hij moet dus met andere honden in contact komen. Door de aanwezigheid van het moederdier en de andere leden van het nest, past hij zich in het algemeen makkelijk aan het hondenras aan.

Tijdens dezelfde periode moet hij ook in contact komen met allerlei mensen : mannen, vrouwen, kinderen. Zo leert hij een vriendschappelijke relatie met de mensen op te bouwen.

Indien die socialisatie niet plaatsvindt, zal de hond zich uiterst vreesachtig gedragen en zal hij angst tonen voor de mensen, vooral onbekenden. Die angst kan slechts moeilijk gecorrigeerd worden en ontwikkelt zich vaak verder tot agressiviteit.

In concreto moet dus diegene die een pup koopt de sociale omgeving nagaan waarin de pup bij de fokker heeft geleefd.

De fysieke kenmerken van de omgeving zijn tijdens de jonge levensjaren van het dier eveneens zeer belangrijk. De pup die in een uniforme, verarmde, geluidloze omgeving zonder bewegende voorwerpen opgroeit, zal later stoornissen vertonen wanneer hij zich aan nieuwe omstandigheden moet aanpassen. Hij zal bij voorbeeld bang zijn voor onweer, lawaai, autoverkeer, enz. Om dat te vermijden, moet hij geconfronteerd worden met een zo uitgebreid mogelijk gamma prikkels: lawaai, televisie, grote voertuigen, stofzuigers. Die benadering garandeert dat hij later emotioneel stabiel is.

Wanneer u een pup kiest, is het dan ook nodig om na te gaan of zijn leefomgeving vanuit dit oogpunt van goede kwaliteit was.

De eerste dagen
Wanneer de pup in zijn nieuwe leefomgeving terecht komt, dienen een aantal belangrijke punten nageleefd te worden.

Van bij het begin moet de hond slapen in het vertrek dat hem wordt toegewezen. U moet zich niet laten vertederen. Neem hem niet mee naar de slaapkamer voor de eerste nacht of nachten: hij zal het later veel te moeilijk hebben om opnieuw van slaapplaats te veranderen.

In de lijn van wat vooraf ging, is het belangrijk de pup te blijven confronteren met talrijke en uiteenlopende stimulerende situaties: veel verschillende personen, autoritten, allerlei geluiden, verschillende plaatsen, speelplein, grasmaaier … Zo voorkomt u dat hij voor alles en nog wat angst ontwikkelt.

Het is ook van belang regelmatig oren, mond en poten vast te nemen zodat hij geen problemen maakt wanneer de dierenarts hem wil onderzoeken. Dergelijke handelingen moeten op een zachtaardige wijze gebeuren.

De pup moet ook gewoon worden alleen thuis te blijven. Zo voorkomt u dat hij gaat blaffen, op voorwerpen kauwen of krabben wanneer hij zonder zijn baasje is. Van bij het begin dient u dus op geregelde tijdstippen afwezig te zijn. De afwezigheidduur kan u geleidelijk verlengen.

Dit probleem is vaak het gevolg van een te grote afhankelijkheid van de hond ten opzichte van zijn baas. U moet de afhankelijkheid proberen te temperen. De hond mag niet de gewoonte aannemen steeds naast de baas te liggen (luie stoel, aan tafel, …). Zijn vraag naar affectie moet al eens genegeerd worden. Het is te verkiezen dat uitingen van affectie (aaien …) op initiatief van de baas plaatsvinden en niet op vraag van de hond. Bij het verlaten van het huis of het thuiskomen dient er afstandelijk gereageerd te worden op de uitingen van ongerustheid of vreugde van het dier.

Het is uiteraard ongepast de hond voor onredelijk lange tijd alleen te laten.

DePlaats van de hond in het gezin
Schematisch gezien vertoont een meute honden een hiėrarchie. Elk individu weet wie hij domineert en door wie hij wordt gedomineerd. Wanneer twee vreemde honden elkaar ontmoeten, vestigen ze - vaak heel snel - een dominantieverhouding. Dat gebeurt meestal zonder vechten: er worden signalen van bedreiging en onderwerping uitgewisseld.

Een dergelijke verhouding wordt bijna nooit in vraag gesteld en is dus zeer stabiel. De dominante hond heeft voorrang op gedomineerde honden. Hij regelt de activiteiten van de groep en de andere honden zijn aan hem onderworpen.

De hond is dus genetisch voorgeschikt om in een hiėrarchische groep te leven. Een mensengezin beschouwt hij als zijn meute. Ook hier zoekt hij de elementen en herkenningspunten waarnaar hij zich moet richten. Hij bepaalt dus zijn hiėrarchische positie naargelang het gedrag van de gezinsleden.

Om een hond op te voeden en hem in alle omstandigheden onder controle te houden (en aldus harmonieus met hem samen te leven), is het noodzakelijk een duidelijk dominante positie in te nemen.

Wanneer een pup in een gezin aankomt, maken zijn leeftijd en grootte dat hij aan iedereen onderworpen is. Een groot aantal honden blijven die plaats van gedomineerde aanvaarden zodat er zich geen problemen voordoen.   Het is echter van belang een dominant gedrag aan te houden om de jonge hond zijn status van gedomineerde te laten behouden. Dat geldt vooral tijdens de eerste jaren. Daartoe dienen een aantalregels nageleefd te worden.

De hond eet na het gezin. Hij slaapt in een mand of op een mat buiten de slaapkamer (desgevallend zelf op een andere verdieping). Hij mag nooit in een zetel of op bed gaan liggen. Hij mag niemand bijten, ook niet spelenderwijs. Als hij iemand vraagt samen met hem iets te doen (spelen, aaien, wandelen) dient deze persoon te weigeren. Toch kan hem een tijdje later hetzelfde worden voorgesteld. Het is belangrijk dat het initiatief uitgaat van de persoon. Wanneer u samen met hem de deur uitgaat, of wanneer u in of uit de auto stapt, dan dient hij te volgen en niet voor te gaan.

Het kan zijn dat de hond zijn hiėrarchische positie in vraag stelt. Hij gromt, ontbloot de tanden, dreigt of vertoont andere dominantiesignalen wanneer u hem verplaatst of straft, hem een voorwerp afneemt, voor hem loopt , hem verzorgt. Op dat ogenblik moet u zelf dominante signalen tonen totdat de hond zich onderwerpt. Zorg ervoor dat u altijd het "laatste woord" heeft.

Het in vraag stellen van de hiėrarchische positie is weinig waarschijnlijk als u de hierboven aangehaalde regels naleeft. In het tegenovergestelde geval kan de hond geleidelijk op een sluikse wijze een dominante rol gaan spelen. U moet dus vastberaden zijn, zonder geweld te gebruiken of ruw te zijn. U dient er zich van bewust te zijn dat voor de hond een dominante meester niet wreed is. De hond is immers zo "geprogrammeerd" dat hij zich willens nillens op een hiėrarchisch niveau moet situeren. In de meute wordt de dominantie behouden door dreigingen en kracht.

Als een hond duidelijk zijn dominantie heeft gevestigd en u wil dat ongedaan maken, dan lokt u een agressief gedrag uit. Hoe langer hij al domineert, hoe agressiever zijn reactie. De toestand kan gevaarlijk worden als de hond groot is. Conflicten moeten dan alleszins vermeden worden, omdat er te veel risico's mee verbonden zijn. Alleen een aangepaste gedragsbehandeling kan aan die toestand verhelpen.

De drie onderstaande lijsten maken het u mogelijk de houding van uw hond beter te interpreteren en een dominant en agressief gedrag te voorkomen.

 

Signalen die de dominantie van een hond weergeven

 

Ų       Blik gefixeerd op soortgenoten of gedomineerde persoon;

Ų       Oren naar de gedomineerde gericht;

Ų       Gespannen, strak lichaam, horizontaal gehouden  of opgerichte staart;

Ų       Opdringerig een poot geven, op de knieėn kruipen, de voorpoten op de
  s
chouders leggen;

Ų       Een activiteit beginnen of vragen (spel, wandeling);

Ų       In een zetel of op bed gaan liggen (vooral op het bed van de volwassenen);

Ų       Een persoon verhinderen zich te verplaatsen;

Ų       Als eerste door een smalle doorgang gaan;

Ų       Grommen, tanden ontbloten, bijten.

Signalen die de onderworpenheid van en hond weergeven

Ų       Oren plat in de nek;

Ų       Ontwijkende blik, van de dominante persoon afgewend;

Ų       Laaghangende staart of staart tussen de poten;

Ų       In elkaar gedoken lichaam;

Ų       Liggend op de zij met opgeheven achterste of rugligging

Signalen die de dominantie van een persoon t.o.v. een hond weergeven

Ų       De hond recht in de ogen kijken;

Ų       De hond in de armen nemen en van de grond tillen;

Ų       De muil dichthouden, het nekvel vastgrijpen, de hond op de rug doen liggen;

Ų       In het algemeen : de hond doen gehoorzamen;

Ų       Voedsel (eetbak) of een voor hem belangrijk voorwerp wegnemen (bot,   
  speelgoed, kussen);

Ų       Verzorgen, aaien, borstelen, kammen;

Ų       De hond in een vertrek stoppen waar zijn vrijheid beperkt is (kelder, hok);

Ų       Als eerste door een deuropening lopen, als eerste de auto in- of uitstappen

Ų       Nog een laatste heel belangrijke opmerking: laat een hond en een kind nooit
  onbewaakt samen. Een kind kan immers ongewild een houding aannemen of
  signalen tonen die de hond verkeerd interpreteert. De hond kan het kind in
  dergelijke gevallen ernstig verwonden.

Opvoeding en africhting

Een goede opvoeding biedt heel wat voordelen zowel voor de personen als voor de hond zelf. Het dagelijkse leven wordt er makkelijker en veiliger door. Het werkt de hygiėne en de orde in huis in de hand en dus alsook het comfort van het baasje en de andere gezinsleden. De hond zelf geniet mee van de grotere veiligheid omdat hem aldus meer bewegingsvrijheid gegund kan worden. Hoe beter een hond is opgevoed, hoe betrouwbaarder hij inderdaad is. Hij vertegenwoordigt zodoende geen gevaar voor anderen of voor zichzelf waardoor hem meer vrijheid kan verleend worden. 

Een hond iets aanleren, veronderstelt dat er met hem gecommuniceerd en gewerkt wordt, kortom dat u zich met hem bezighoudt. U tracht hem iets uit te leggen, hij tracht u te begrijpen en u probeert te begrijpen hoe hij reageert. Honden zijn sociale dieren. Ze zijn erop gericht om in groep op te treden. Het leven in gezinsverband stelt u hond dan ook ten stelligste op prijs. Soms kunt u de indruk krijgen dat hij het leerproces als iets vervelends opvat, maar het bevordert wel degelijk op aanzienlijke wijze de wederzijdse band. 

De opvoeding begint van bij de aankomst van de pup in het gezin. Op dat ogenblik leert hij drie dingen die voor de rest van zijn belangrijk zijn: zijn naam, de betekenis van het woord "NEEN" en zindelijkheid. 

U dient regelmatig zijn naam tegen hem uit te spreken. Telkens wanneer hij erop reageert door dichterbij te komen, beloont u hem. 

Met "neen" bestraft u ongewenst gedrag. Uw hond moet dan onmiddellijk ophouden met wat hij doet. Als de pup er toch mee doorgaat, dient zijn activiteit onderbroken te worden door hem op te pakken of te verwijderen terwijl u "neen" zegt. Dit bevel is nuttig in heel wat omstandigheden: wanneer de hond op een stuk hout knabbelt dat hij dreigt in te slikken, wanneer hij een fietsend kind achterna zit … 

Om de hond zindelijkheid aan te leren, dient u hem naar een geschikte plek te brengen. Aanvankelijk kunt u hem desnoods zijn behoefte laten doen op oude kranten in huis, maar geleidelijk aan moet hij dat buitenshuis leren doen. Maak gebruik van de meest geschikte ogenblikken: bij het ontwaken of na de maaltijd. 

Bevelen moeten duidelijk en ondubbelzinnig zijn. Voor een bepaald gedrag moet het bevel altijd identiek zijn. Om een hond te doen zitten, moet u niet nu eens "zit" en dan weer "ga zitten" gebruiken. Een duidelijk bevel is meestal kort. Het moet niet gepaard gaan met andere woorden of commentaar. "Zit"volstaat. Onnodig een hele tirade af te steken in de trant van "wil je asjeblieft gaan zitten kleinen deugniet". 

U moet er ook op letten dat u voor een bevel steeds dezelfde intonatie gebruikt die blijk geeft van vastberadenheid maar niet van agressiviteit. Vermijd door de toon van de stem lucht te geven aan gevoelens zoals ongeduld, ergernis, angst of woede. 

Het kan nuttig zijn uw hond een bepaald gedrag niet alleen aan te leren met verbale bevelen maar ook met gebarentaal (lichaamstaal). Om ervoor te zorgen dat de hond het gebaar gehoorzaamt als hij het verbaal bevel al kent, laat u het niet bekende gebaar gepaard gaan met, of liever net iets voorafgaan door het bekende verbale bevel. 

Belonen kan door middel van voedsel (snoep) of kan van sociale aard (aaien, gelukwensen) zijn. Bij het aanleren van nieuwe gedragspatronen, dient de hond beloond te worden telkens wanneer hij correct reageert. Wanneer de hond het gewenste gedragspatroon onder de knie heeft, is het aanbevolen hem slechts af en toe te belonen. 

Weldoordachte straffen zijn niet wreed. Een straf wordt toegepast wanneer de hond zijn ongewenst gedrag niet staakt na een "Neen". Een straf moet zonder dralen worden toegediend en moet in verhouding staan tot de leeftijd, de grootte en de individuele gevoeligheid van het dier. Er dient vastberaden opgetreden te worden zonder geweld of agressiviteit.

 Een hond opvoeden vergt geduld. Zoals elk levend wezen heeft de hond zijn goede en zijn slechte dagen. Bovendien is hij erg gevoelig voor de stemmingen waarin zijn baas zich bevindt. Hij dient zonder toegeeflijkheid, maar ook zonder brutaliteit behandeld te worden. Dat moet ook altijd op een logische en consequente wijze gebeuren. Wees bescheiden en laat u nooit ontmoedigen: behalve in echt uitzonderlijke gevallen kunnen alle honden opgevoed worden. 

Een hond opvoeden vergt ook volharding. Wanneer u hem vraagt iets te doen, dan moet u zo lang blijven aandringen tot hij het ook uitvoert of tot hij op zijn minst aanstalten maakt om het uit te voeren. Het is verkeerd de hond soms toe te laten niet te gehoorzamen. Op dat ogenblik zal hij immers aan de ernst van de bevelen gaan twijfelen. Als u niet over de nodige middelen beschikt om een bevel te laten uitvoeren (door tijdsgebrek bij voorbeeld), is het beter het bevel niet te geven. 

Indien het gevraagde gedrag nog niet volledig aangeleerd is, kunt u zich in het begin tevreden stellen met de aanzet tot uitvoering. Later moet u na elke les van de hond eisen dat hij een stap dichter bij het gestelde doel komt. 

Een hond die wordt opgevoed, moet regelmatig "werken", liefst elke dag. Dertig minuten per dag is een goed gemiddelde. Liefst wordt deze tijd dan nog onderverdeeld in 3sessies van maximum 10 minuten gespreid over de volledige dag. Elke les bevat de uitvoering van reeds aangeleerde gedragingen, gevolgd door er verder op te bouwen voor het aanleren van nieuwe gedragingen.

Besluit

Elke hond kan ernstige gedragsstoornissen ontwikkelen. Het is veel gemakkelijker die te voorkomen dan te genezen. Er dient dus van bij het begin een zekere routine aangeleerd te worden en bepaalde principes moeten zo snel mogelijk duidelijk gemaakt worden. Sommige principes komen u wellicht nogal hard over, maar als u uw hond op een coherente wijze behandelt, zal hij zich daar vlug aan aanpassen en zal hij er geen probleem van maken. 

Het is onze taak om u degelijk advies te geven en om u een aantal handige knepen bij te brengen die de opvoeding en de training van uw hond zullen vergemakkelijken. Bovendien maakt u bij ons deel uit van een gepland en systematisch programma. De lessen worden meestal in groep bijgewoond, waardoor de socialisatie van uw hond met andere honden en mensen steeds optimaal blijft.